Pannenkoeken! Daar heb je trek in! Je bent blij dat je eindelijk weer eens trek hebt, na twee maanden crackers kauwen. Lief ook, dus die gaat meteen bloem en eieren halen. En boter, roep je hem nog na als hij de deur uitloopt.

Die middag loop je vrolijk de keuken in en zet de koekenpannen klaar. Je kletst met je vriendin, die je voor de gelegenheid ook uitgenodigd hebt. Beslag is gemaakt en je Lief hangt de was op de zolder aan het rek omdat jij met je dikke buik niet meer over de balustrade kunt leunen.

“Waar staat de boter?” roep je als je de koelkast opendoet en wel melk maar geen boter ziet staan.

“Op het bovenste plankje!” antwoordt lief vanaf de zolder.

Maar op het bovenste plankje staat alleen smeerboter voor de boterham.

Im-going-slightly-mad