Ze zit onhandig op de bank. De grijze joggingbroek valt laag en los om haar benen. Voorzichtig schuift ze een zacht en donzig kussen onder haar billen. Ze vraagt of ik haar pasgeboren 1.0 vast wil houden.

Mijn innerlijke moeder doet een dubbele salto.

Toen mijn eigen kinderen geboren werden, was ik een echte feeks. Niemand mocht mijn kinderen zonder mijn uitdrukkelijke toestemming aanraken, laat staan vasthouden. Ik ben verguld als ik dit kindje op schoot krijg en de kleine vingertjes van dichtbij kan inspecteren.

Het jongetje moet nog een beetje uitdeuken. Zijn handjes zijn rimpelig en zijn kleine koppie met zwarte haartjes ziet er nog wat gekreukeld uit – de bevalling was ook voor de kleine man een pittige ervaring.

Toeschietreflex

Ik leg het ventje buik tegen buik. Al snel begint hij te snuffelen en wrijft hij zijn neus in de zachte stof van mijn shirt. Ik voel een bekende prikkel in mijn borsten. Een toeschietreflex? Mijn jongste kind is al drie jaar van de borst maar mijn lijf is het nog niet vergeten. Met een steek van spijt geef ik het hummeltje terug aan zijn moeder.

Terwijl mijn vriendin haar zoon nog wat onhandig aanlegt kijk ik – ik kan het niet helpen – schaamteloos en kritisch mee.

Ik zie dat ze haar zoon iets teveel naar achteren laat leunen tijdens het drinken. Zijn hoofdje ligt in de kom van haar elleboog. Ze duwt met haar wijsvinger haar borst iets in zodat ze zijn neusje kan zien.

Borstvoeding, neusje tegen borst

Foto Maycke

Ik wil haar zeggen dat haar zoon prima door zijn neus kan ademen zonder ingedeukte borst.

De ronddartelende kraamhulp geef ik inwendig een veeg uit de pan. “Waarom zie jij dit niet? Zeg er wat van, verdorie!” In gedachten houd ik een lijstje bij met dingen die de kraamhulp vergeet te zeggen of -naar mijn bescheiden mening- verkeerd uitlegt. Het ziet er niet rooskleurig voor haar uit.

Na al die jaren is het nog steeds een gevoelig onderwerp.